| geschiedenis |
|
Onze koftjalk JAN HUYGEN werd oorspronkelijk onder de naam ENGELINA gebouwd en haar geschiedenis is gelukkig uitzonderlijk goed gedocumenteerd. Lees hieronder het verhaal over het bewogen leven van ons schip: 9 april 1909 werd op de werf van Willem Mulder in Stadskanaal na vijf maanden bouwtijd de koftjalk ENGELINA ter water gelaten. De toen pas 24jarige opdrachtgever Egbert Olthof uit Wildervank noemde het schip naar zijn vriendin Engelina Brouwer die hij op 26 mei van hetzelfde jaar tot zijn vrouw nam. Het schip werd voor de ‘kleine kustvaart’ gebouwd, maar was destijds zo groot dat het transport naar zee de nodige problemen opleverde. Bij een aantal bruggen en sluizen zag men zich genoodzaakt om een touw in de top van de mast te bevestigen en het schip vanaf de kant zo schuin te trekken dat het net tussen de bruggenhoofden door kon. De Groninger scheepsbouw heeft haar ondergang voor een deel te wijten aan dit probleem. De vaarten en kanalen bepaalden de maximale bouwmaat op de binnenlandse werven. Egbert Olthof en later zijn zwager Jan Brouwer maakten lange, verre reizen met hun ENGELINA en vervoerden daarbij voornamelijk hout. Het schip voer tot aan het Russische Kaliningrad en moest zelfs een keer overwinteren in de Botnische Golf, gelegen tussen Finland en Zweden. Bij deze overwintering waren ook Engelina Olthof-Brouwer en haar vier jaren oude dochter Jeichiena aan boord. In verband met de oorlog werd 1940 door de Duitsers in Amsterdam beslag op het schip genomen. Toen er weer vrede in Europa inkeerde was Jan Brouwer al oud en werd de ENGELINA doorverkocht naar Denemarken. In de moeilijke jaren na de oorlog wisselde het schip vaak van eigenaar en daarmee ook van naam, maar bleef steeds in Deense handen. 1960 onderging het schip een heuse metamorfose toen het door zijn nieuwe eigenaren verbouwd werd tot zandzuiger. Haar nieuwe thuishaven Gilleleje verliet de GEFION-R alleen nog om de vaargeul naar de havenmond op diepte te houden. Het waren dus vooral de jaren na de oorlog waarin het schip veel veranderingen is ondergaan. Doordat de modernisering ook in de vrachtvaart steeds meer haar intrede deed, lag het begin jaren ’70 in Denemarken op de sloop te wachten. Er was weinig van de originele koftjalk over toen de Nederlandse charterschipper Ruurd Bootsma de GEFION-R begin jaren ’80 bij één van zijn reizen toevallig in de haven van Gilleleje zag liggen. Hij zag meteen de mogelijkheden en de schoonheid van de roesthoop, die zich hem openbaarde. Na meerdere bezoeken en na lang heen en weer gepraat werden Rohde Nielsen, de toenmalige eigenaar, en hij het eens. De koftjalk was na 37 jaar terug in Nederlandse handen. Bootsma, zelf geleerde timmerman, verbouwde de koftjalk gedurende drie winters tot charterschip. In de zomer ging hij varen als schipper, om geld voor de verbouwing te verdienen en in de winters van 1983-’85 maakte hij Op 27 mei 1985, 2e Pinksterdag, kon eindelijk de proefvaart plaats vinden. De koftjalk ENGELINA kon aan haar tweede leven beginnen en weer in haar oud vaargebied terug keren. Nadat Bootsma samen met zijn vrouw enkele jaren op Noord- en Oostzee heeft gevaren verkocht hij het schip in de winter van 1988 aan zijn neef Yme van der Meer, die eveneens nauw bij de restauratie betrokken was. Meerdere eigenaren volgden en uiteraard werden de nodige verbouwingen gedaan, om het schip aan bepaalde standaards te laten voldoen. Zo werden in 1994 de slaapverblijven van de gasten compleet nieuw opgebouwd. In oktober 2006 kreeg Herman van Linschoten de ENGELINA in handen en herdoopte haar in JAN HUYGEN. Waarom? Hier vindt je alles over de naam! De JAN HUYGEN is geregistreerd in het Nationaal Register Varende Monumenten als "Historisch Casco"
Bronnen: - Loomeijer, F.R., Met zeil & treil: de tjalk in binnen- en buitenvaart, Alkmaar 1999 - Mulder, W., Honderd jaar Schepen, Schippers en Scheepsbouwers in Stadskanaal, hoofdstuk 36, Frankrijk 2007 (ISBN: 978-90-9021879-3) - Zeilvloot Lemmer-Stavoren, 25 jaar samen door de wind: 1980-2005, Franeker 2005 |







